Plantnaam: Amerikaanse kornoelje
Botanische naam: Cornus florida
β
Standplaats: Lichte halfschaduw tot gefilterde zon; ochtendzon + middagschaduw is ideaal. Volle, felle middagzon kan bladverbranding geven, zeker bij droogte
π¬οΈ Standplaats Beschut tegen uitdrogende wind
π§ Waterbehoefte: nooit drassig
π₯Ά Winterhardheid: Betrouwbaar in BE/NL
ππ± Bodem: ↓ Licht zuur Humusrijk ↔ Neutraal
π Hoogte: 4–7 m hoog, vaak meer als meerstammige vorm.
↔οΈ Breedte: 3–6 m breed op termijn; vaak meer als meerstammige vorm.
πΈ Bloei: sierwaarde voorjaarsbloei
π¨ Bloemkleur: roze
π’ Wintergroen: nee
ππ¦ βΏ Bestuivervriendelijk: matig
π Vruchten: Rood, ovaal; sierlijk, licht π½οΈβ οΈ giftig voor mensen, wel eetbaar voor vogels π¦
π Herfstkleur: rood/oranje
βοΈ Snoei: minimale snoei, verdraagt geen diepe snoei, enkel dode takken
π·οΈ Cultivars: Rubra / Cherokee Chief (roder) / Rainbow (bont blad)
β Extra: π‘οΈπ Belangrijkste ziekte: Dogwood anthracnose (Discula destructiva).
Risico lager bij:
- Lichte halfschaduw
- goede luchtcirculatie maar niet tochtig
- Geen natte voeten
- Mulchen
- Keuze voor tolerantere cultivars of C. kousa-hybriden.
β Extra: βοΈ π‘οΈπ chlorose πΏπ βΊ gele bladeren / groene nerven
- ijzer-en magnesiumgebrek π© βοΈ
- te nat β οΈ π§π§π§
- te kalkrijk β οΈ β¬οΈ
β Extra: β οΈβοΈπΏπ₯ Bladverbranding bij droogte en felle middagzon